<p>Een impressie van hoe De U&iuml;thof er vanaf 2030 uit zou kunnen zien. Beeld: Barcode Architects</p>

Een impressie van hoe De Uïthof er vanaf 2030 uit zou kunnen zien. Beeld: Barcode Architects

Waarom moet ‘menselijke’ jaren ’70-bouw weg uit De Uithof?

  Nieuwsflits

Utrecht - Onlangs werd er een Stedenbouwkundige Visie gepresenteerd voor De Uithof, sinds kort beter bekend als Utrecht Science Park, ‘in de komende 10 jaar’. Daarin is te zien hoe bepaalde gebouwen de tand des tijds doorstaan, terwijl andere zijn verdwenen en vervangen door nieuwe ofwel een bewust gecreëerde open ruimte. Opvallend hierbij was dat de grootschalige, en ook vaak verfoeide, betonnen functionele gebouwen uit de jaren ’60 als het Van Unnik- en het Kruytgebouw, evenals het uit dezelfde periode daterende Ruppertgebouw - tezamen de drie vroegere ‘Transitoria’ - blijven staan, net als alles van na 1990, terwijl panden uit de tussenliggende tijd, eind jaren ’70 en begin jaren ’80, met een als reactie op de massieve betonbouw ‘mensvriendelijkere’ kleinschaligere bouwstijl met gebruik van steen en hout en een beperkt aantal bouwlagen, verdwenen zijn. De twee ‘Centrumgebouwen’ Langeveld en Groenman alsmede het Bestuursgebouw komen niet meer voor in de impressie die volgens het betrokken architectenbureau Barcode Architects de situatie in ‘2030 met een doorkijk naar 2050’ moet uitbeelden. 

Door Paul Hustinx

De situatie ter plekke gaat overigens al veel sneller veranderen, want de universiteit maakte onlangs bekend dat de planning is dat het geheel te herontwikkelen Van Unnikgebouw al in 2025 in gebruik genomen zal worden. En dan zullen ook de gebruikers van het Bestuursgebouw daar hun intrek nemen en hetzelfde geldt voor de hele staf van Sociale Wetenschappen (FSW) die nu nog in de in 2014 nog gerestylede Centrumgebouwen huist. Het Bestuursgebouw en ook het Langeveld- en het Groenmangebouw worden dan al afgestoten: verkocht of gesloopt, maar het laatste is het volgens de universiteit in elk geval bij de Centrumgebouwen waarschijnlijker gezien de ‘staat van het gebouw’. 

Ze zijn dan ook ‘technisch afgeschreven’, melden universiteit en faculteit. Toch zijn ze in 2014, toen verschillende afdelingen van FSW na sluiting van het Van Unnik introkken, nog tamelijk intensief opgeknapt en aangepast aan de tijd, voor nog eens 25 jaar zelfs, stelt de betrokken aannemer. Volgens FSW echter betreft dit alleen het interieur, niet de buitengevel of de harde kern van de panden. Aan de buitenkant is alleen planmatig onderhoud gepleegd. En die 25 jaar is volgens de faculteit een gevolg van de duurzame keuzes die de UU maakt, toen ook rekening houdend met onzekerheid over hoe lang de gebouwen nog dienst moeten doen.

Waarom is die jaren ’70-bouw toch zo kwetsbaar, terwijl daar doorgaans veel positiever over wordt gesproken dan over een kolos als het Van Unnik, waar naar geluiden uit de wandelgangen volgens velen gerust ‘een bom onder gelegd mag worden’. Op het universiteitsterrein van Nijmegen gebeurde onlangs hetzelfde. Een groot aantal stenen laagbouwpanden uit dezelfde tijd, rond een ‘pittoresk’ straatje, de Thomas van Aquinostraat, werd gesloopt, maar de oudere betonnen hoogbouw bleef staan. “Het is nu eenmaal zo dat er tijd overheen gaat, voordat men iets opnieuw gaat waarderen. Na verloop van tijd geldt iets als ouderwets en achterhaald en het duurt lang om dat imago af te schudden”, zegt gemeentelijk erfgoedadviseur Bettina van Santen, daarbij ook de Neogotiek en Jugendstil als voorbeelden noemend. 

Maar gaat dat hier wel op? De jaren ’70-bouw lijkt immers positiever gewaardeerd te worden dan haar betonnen voorgangers. Allereest speelt volgens Van Santen ook ‘dat de architectuur daarná aan het begin van de jaren negentig een grootse opmars maakte met spraakmakende architecten en gebouwen’, met De Uithof als schoolvoorbeeld, ‘die jaren ‘70- en ’80 kregen het etiket ‘mager’. Met een grote ‘Post ‘65’- inventarisatie door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, met ook bijzondere aandacht voor universiteitscampussen, komt hier wel verandering in. De kwalificatie ‘mager’ is volgens Van Santen niet noodzakelijkerwijs van toepassing op de Centrumgebouwen, en ‘inderdaad heeft de grootschalige betonbouw nog altijd weinig fans’, maar ‘vanuit het oogpunt van architectuurgeschiedenis hoort de periode van het nogal ‘brute beton’ er echter ook bij’. Zij kan zich echter ook voorstellen dat ‘voor gebruikers de jaren ‘70-‘80 -gebouwen prettiger waren om in te werken’. 

Niettemin heeft zij vanuit de gemeentelijke afdeling Erfgoed de Centrumgebouwen net niet bijzonder genoeg bevonden om ‘erop te staan dat ze behouden blijven’. Daar staat weer tegenover dat ook de energiekosten van vervanging meewegend en vanuit circulariteit redenerend hergebruik volgens haar vaak gunstiger uitpakt dan sloop. Echter, de universiteit heeft op basis van de criteria duurzaamheid en exploitabiliteit vooralsnog anders besloten. Maar dit zegt weer niet alles over wat er uiteindelijk gaat gebeuren. Niet lang geleden lagen er immers al concrete sloopplannen voor het Kruytgebouw klaar, nu krijgt dat gebouw toch een tweede leven. 

UU-woordvoerder Maarten Post noemt dit voorbeeld uitdrukkelijk om de status van de plannen met de jaren ’70-bouw aan te geven. Volgens bij de Visie betrokken architect Caro van de Venne zijn gemaakte afbeeldingen van de mogelijke toekomstige situatie vooral bedoeld ‘om te inspireren’ en te laten zien hoe het Science Park steeds meer onderdeel wordt van de stad. Dat de Centrumgebouwen er niet meer op voorkomen is omdat zij het gezien de wensen van de universiteit heel goed voorstelbaar acht dat deze er over enige tijd niet meer staan. Dit vindt zij niet vreemd, want ‘gebouwen moeten wel dienend zijn’ en andere tijden vragen soms om andere gebouwen. Het idee dat ‘iedere professor zijn eigen hokje heeft met een eigen sleuteltje’ wordt bijvoorbeeld steeds minder vanzelfsprekend geacht. En van het Bestuursgebouw had de universiteit zelf al opgemerkt dat de indeling zodanig ‘niet meer van deze tijd is’ dat men er niet mee verder wil. Zo kwamen zij en haar collega’s onder het motto ‘durf verder te denken’ onder andere tot een opener Heidelberglaan met verreikende zichtlijnen. Dat nieuwe tijden andere eisen aan gebouwen stellen, hoeft volgens Van de Venne niet altijd volledige nieuwbouw te betekenen. “Sommige gebouwen kun je heel goed klaarmaken voor een nieuwe levensduur door de fundering of structuur te behouden. En dit is het geval bij het Kruyt- en Van Unnikgebouw, al zal daar door het veranderd denken over energiegebruik aan de gevel best veel anders moeten worden aangepakt. In 2050 zal er over veel dingen ‘substantieel anders’ worden gedacht, stelt Van de Venne.

UU-woordvoerder Maarten Post kan als gebruiker in elk geval stellen dat het Bestuursgebouw met zijn lange gangen en hitteproblemen in de zomer ‘geen optimaal gebouw is om in te werken’. En bij de Centrumgebouwen heeft een analyse op basis van onder andere de criteria duurzaamheid en exploitatiekosten de universiteit doen beslissen ze af te stoten. Dit terwijl de basisconstructie van het Kruyt en Van Unnik zich er juist uitstekend voor heeft gebleken te lenen ‘om nog jaren dienst te doen’. Het idee is alleen de fundering en het geraamte van deze kolossen in stand te houden en de hele rest opnieuw te ontwikkelen. Dat scheelt 3100 ton CO2 voor het Van Unnik en maar liefst 11.000 ton CO2 voor het Kruyt vergeleken met volledige nieuwbouw, zei UU-duurzaamheidsadviseur Koen van der Hoorn onlangs in een UU-nieuwsbericht. 

Constructie en opbouw van deze gebouwen zijn zodanig dat ze gemakkelijk zijn aan te passen aan de wensen en eisen voor de toekomst - onder andere meer interdisciplinaire samenwerking. De hoogte en compactheid van de oude panden geven de universiteit nog meer redenen om ze te behouden. Men kan er veel onderwijs- en onderzoeksactiviteiten in laten plaatsvinden en door de beperkte hoeveelheid bezette grond ontstaan er mogelijkheden de fysieke ruimte in de campus tevens optimaal in te zetten om een ‘levendig centrumgebied’ te creëren. Ook dit moet interdisciplinariteit ten goede komen. Bovendien ziet men mogelijkheden deze gebouwen een totaal andere look and feel te geven, en wel zodanig dat de Faculteit Sociale Wetenschappen, nu nog gehuisvest in de niet lang geleden nog op creatieve wijze tot ‘verticale stad’ omgebouwde centrumgebouwen een mooie toekomst voor zich ziet in de ooit zo verguisde betonbunker Van Unnik, zo laat decaan Marcel van Aken weten. 

De ‘menselijke maat’, die juist bij de jaren ’70-bouw zo centraal stond, gaat ook ‘ongetwijfeld een rol spelen bij de vernieuwing van het van Unnik’, zegt hij. “Ik heb er alle vertrouwen in dat we in nauw overleg met het CvB hier iets goeds kunnen gaan neerzetten, een gebouw dat bijdraagt aan de kwaliteit van ons onderwijs en ons onderzoek”. Van der Hoorn ziet bij een nieuw Van Unnik groene gevels, ramen met zonnepanelen en wanden van schimmels voor zich.
Maar, zoals al gezegd, er staat nog niets vast. Voor het Kruytgebouw lag er kortgeleden ook nog een sloopplan en er circuleerden toen ook concrete plaatjes van toekomstige Uíthof zonder dit gebouw. En kijk eens hoe men er nu over denkt.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden








Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden